Passen en aanpassen

Nadat je het patroon op de stof hebt gelegd en uitgeknipt, is het verstandig om het kledingstuk eerst in elkaar te rijgen voordat je daadwerkelijk begint met naaien. Mocht het niet goed zitten, dan kan je altijd nog veranderingen aanbrengen daar waar nodig is.

  • Hoe kan ik zien dat mijn kledingstuk niet goed zit?

Het beste is om een rok of broek van een heuplijn te voorzien. Vaak staat deze al op een patroon, alleen niet in zijn geheel. Je kan de heuplijn dan zelf in je patroon tekenen. Hij loopt dan haaks op de middenvoor- en middenachterlijn. Neem deze lijn ook op de stof over.

Als het kledingstuk goed past, zal de heuplijn keurig horizontaal lopen, zowel van voren als van opzij gezien.
Als de lijn vóór iets oploopt (van opzij gezien), dan staat waarschijnlijk het bekken iets naar voren.
Als de lijn achter iets oploopt (van opzij gezien), waarschijnlijk staat dan het bekken naar achteren.
Als de heuplijn naar beide zijnaden oploopt (van voren gezien), zijn de heupen wat ronder.

  • Wat kan ik doen om de heuplijn horizontaal te laten lopen?

Trekken aan de rok of broek tot de heuplijn recht ligt. Waar de lijn lager ligt, is er teveel aan lengte. De tailleband moet dan lager opgezet worden. Ligt de heuplijn te hoog, dan is er te weinig lengte. Dan moet de tailleband hoger opgezet worden. Dat laatste kan natuurlijk alleen als er voldoende naadbreedte is.
Als de heuplijn naar beide zijnaden oploopt, dan kan het ook zijn dat de figuurnaden iets ingekort moeten worden.

  • Hoe voorkom ik plooivorming onder het zitvlak bij mijn broek?

De heuplijn achter ligt lager doordat de zijnaden iets naar voren lopen. Dit komt vaak door een teveel aan achterlengte. Je kan dan het beste de band achter wat lager opzetten en de kruisnaad van het achterbeen wat uitdiepen. Let hierbij wel op dat de lengte van de binnenbeennaad niet verandert.lea-succes

Copyright ©. All Rights Reserved.